Blog | , januari 8, 2015

Of ik Charlie ben?

Ik duik meteen weer op

vanonder de lange tafel.

Er is niemand meer, geen

man met masker buiten mij

is er geen mens in de kamer.

Ik pak een leeg blad papier,

een pen en begin te denken:

dat beeld, die film, de vader

die de kamer binnenkomt en zegt:

we zijn verstandige mensen,

er moet een oplossing te vinden zijn.

Het lijk, de man die zich niet heeft

bedacht, handelde in een reflex

van achterdocht, verongelijktheid.

Hij is jong gebleven, heeft de vrijheid

toegeëigend om alles te verlangen

en te nemen wat hij verlangt net als ik

komt hij onder de tafel vandaan

staart door zijn uitgestanste ogen

naar de ravage die is aangericht.

Weet je wie dit begonnen is ? vraagt hij

Ik kijk hem niet begrijpend aan.

Charlie, zegt hij, je weet toch.

Ik wil opstaan, zeggen: Charlie dat ben ik.

Je bent bang, zegt hij, ik zie het,

wat een geluk dat je verstandig bent.

Over de auteur:

Mischa Andriessen (1970), schrijver, vertaler, recensent. Publiceert over jazz en beeldende kunst en vertaalde onder meer Graham Swift. Publicaties: Uitzien met D (poëzie, 2008), Huisverraad (poëzie, 2012) en Dwalmgasten (poëzie, 2016). Hij publiceerde proza in De Revisor.