thema:

Ontario Gothic en De mot

Vertaling:

Ontario Gothic

 

I

De dwerg-esdoorn trok mijn aandacht,
door het onheilspellende van zijn paarse,
zijn dieppaarse bladeren als gerafelde handschoenen
die ‘maak je geen zorgen, maak je geen zorgen’ gebaren;
tussen de hortensia’s als zwevende albino-basketballen,
tussen andere dingen die door mensen zijn aangelegd,
zoals nepwenkbrauwen rond het hoogste punt van het oog
dat de hele zomer lang wolken in zich opneemt
en al het andere dat voorbijdrijft, inclusief
dat je moet aannemen dat de passagier
die een toevallige blik uit het autoraampje werpt
een neutrale gezichtsuitdrukking heeft.

 

II

Halverwege wurmde hij zich tussen de schouders van de stoelen,
wilde zijn vrouw en mij achterin te vergezellen. Ik hoef je niet uit te leggen
wat een lastige onderneming het was: mijn arm tussen bestuurdersstoel en portier
wringen zodat ik met mijn vingertoppen kon sturen;
stoepen op plaatsen die net breed genoeg zijn voor een auto.
Waarom hij wilde dat ik het stuur overnam?
Ik was te druk met onze dood voorkomen
om dat te ontrafelen. Er was het verkeer, een ding
dat op ons af kwam met zijn geopende mond, en achterin
die twee
fluisterend in hun hoekje,
heel weinig ruimte innemend,
minder dan zou moeten, en nog minder
en minder, naar adem snakkend om de grap die hij in gang had gezet.

 

 

De mot

 

Nieuw onderzoek suggereert dat vlinders en motten mentale bagage hebben […] die is overgebleven uit hun tijd als larve.
Science

Hij zou graag alleen zijn met zijn nieuwe zelf
maar herinneringen zitten in hem als ogen.

Soms impliceert geur een niet eerder gehoord
idee en weg is hij,
maar het is slechts een van de andere gegeven vormen.

Je zou denken dat vliegen een fatsoenlijke compensatie is,
de kracht om jezelf door de lucht te kunnen zeven
en elke gedachte op z’n oude plek achter te laten,
waar ook wrok achtergelaten kan worden.

Hij haalt z’n schouders op, de vleugels
sidderen met grote precisie,
de natuur moet maar leven met wat ze heeft gedaan.
Hij kan zelfs zijn ontslag niet regelen
zonder een teken van gratie.

 

 

Over de auteur:

Jana Prikryls debuut, de gedichtenbundel The After Party, verscheen in 2016. Haar gedichten werden gepubliceerd in The New Yorker, Harper’s, The London Review of Books, The Paris Review, The Baffler, en The New York Review of Books. Ze schrijft essays over fotografie en film voor The Nation en The New York Review of Books. Voor dat laatste tijdschrift werkt ze ook als senior redacteur. Prikryl werd geboren in het voormalige Tsjechoslowakije en groeide vanaf haar zesde op in Canada. Vanaf 2003 woont ze in New York. In 2017 en 2018 ontvangt ze een beurs van het Radcliffe Institute om aan haar tweede bundel te werken.

Over de vertaler:

Maarten Buser (1991) is auteur, poëzierecensent en kunstjournalist. In 2016 debuteerde hij met de goed ontvangen gedichtenbundel Club Brancuzzi (uitgeverij Koppernik). Hij studeerde Nederlands en Nederlandse letterkunde. Eerder vertaalde hij poëzie van Ian McLachlan.