Mottenballen
Botsende, grijsbruine motten, breedvleugelig,
wervelen rond, zwerven door het duister, hobbelend,
zwalkend door donkere kamers op zoek naar enigerlei
aanwezigheid: een wollen trui, jas, sjaal, een lievelingsjurk
die naar seringen ruikt. Dan het dichtklappen van vleugels,
men wil op scherp staan, neerstrijken achter spleten
in een kast waar winterkleren doen alsof ze niet bestaan.
Maanden later een bijtende geur van kamfer vult de kamer.
En zie, het wonder: de kleren van zoom tot kraag bewaard.