Dropstaaf
Zwarte tong, donkere tanden. Smaak van gom
en zoethoutplant, struikelend over salmiak alom.
Warm wordt het, draaikolk van warrelende dampen,
aangename schok die ziek maakt en gelukkig.
Niet een vloed van tranen vloeit maar een stroom
dropschuim, werkzaam als een kracht die bezig is
zich te ontraadselen, rondwervelt op de tong, afdaalt
in de keelgang. En geeft het woord terug aan harde kerels,
zojuist nog zonder stem, peuken schietend een koude
nachtwind in, de felle, de bijtende die snoerde ieders mond.