Signalementen april 2020

Sinds begin van het jaar verschijnen er op de blog van Terras maandelijks signalementen van boeken uit binnen- en buitenland die volgens de redactie onderbelicht zijn gebleven of meer aandacht verdienen.

 

Wytske Versteeg – Verdwijnpunt

Hoe te schrijven over een traumatische ervaring, zonder daarbij te vervallen in een terminologie die vreemd is aan de eigen ervaring? En hoe daarbij rekenschap te geven van de werking van het geheugen? Dat zijn vragen die Wytske Versteeg adresseert in Verdwijnpunt. ‘Wat ik me van vroeger herinnerde  – in beelden zonder woorden en in situaties met details, maar meestal zonder context – valt in een samenvatting simpel te zeggen: ik ben tussen ongeveer mijn vierde en mijn elfde jaar misbruikt door mijn opa,’ schrijft ze in het boek. Jaren later, als eerstejaarsstudent, wordt ze in korte tijd twee keer aangerand in de trein, en dat roept de herinneringen aan het eerdere misbruik op. De ogenschijnlijke eenvoud die uit de samenvatting van deze gebeurtenissen spreekt, blijkt echter bedrieglijk, want het hele boek laat zich juist lezen als een poging een taal en vorm te vinden om over de (doorwerking van deze) traumatische gebeurtenissen te schrijven, zonder daarbij te vervallen in het cliché, bijvoorbeeld dat van ‘Ik ben er sterker uitgekomen’. Ze beschrijft de formule die ze niet wil gebruiken als volgt: ‘tada, hier ben ik dan, zoveel jaar later, en ik leefde nog lang en gelukkig. (…) We willen niet dat iemand uit de afgrond terugkeert zonder iets voor ons mee te nemen, we willen niet horen dat het er gewoon alleen maar zwart is.’
Het is een bijzonder vormbewust en intelligent boek, waarin (getuige de 68 – niet allemaal even noodzakelijke – voetnoten) ook veel via het werk van dichters, filosofen en schrijvers wordt nagedacht over hoe het zelf van na een traumatische gebeurtenis eruitziet. Dat bij vlagen indirecte spreken kan gezien worden als onderdeel van een poging om zelf ‘iets van definitiemacht te houden, tenminste gedeeltelijk zelf betekenis te geven aan de situatie.’ Dat kost moeite, blijkt uit het feit dat Versteeg zo’n tien jaar over dit boek heeft gedaan, maar het resultaat mag er zijn.

Querido | 2020 | Nederlands | 200 pagina’s | € 18,99

 

Vanessa Oostijen – Tussenruimte

Tot pagina 111 is Tussenruimte, de debuutroman van Vanessa Oostijen, een liefdesverhaal volgens de geijkte patronen: Tom en Christina hebben beiden artistieke ambities, trouwen, hun ambities drijven hen uit elkaar, eerst geografisch en vervolgens ook emotioneel. De man vertrekt naar Japan, de vrouw blijft achter in Nederland en ontmoet een schrijver. Er ontwikkelt zich een erotische spanning tussen de vrouw en de schrijver. De schrijver is bezig aan een boek over een personage dat verdacht veel lijkt op Christina. En dan, op pagina 111, breekt die verhaallijn plotseling af. Het tweede hoofdstuk bevat elementen uit het eerste verhaal, maar is hallucinatoir, doet eerder denken aan Lewis Carrolls Alice in Wonderland of een film van David Lynch dan aan het eerdere liefdesverhaal: mensen verdwijnen op onverklaarbare wijze uit een kamer, de wereld is soms plotseling volledig bedekt met donsveren, kamers zijn bezaaid met dode vogels, etc. Er is een gesuggereerd verband tussen de dingen, maar daar kan zowel personage als lezer slechts naar gissen. Bevinden we ons in het boek dat de schrijver uit het eerste deel schrijft? Net als aan het liefdesverhaal komt ook aan deze raadselachtige kosmos een abrupt einde. Het slotstuk is een serie dagboekaantekeningen van de naar Japan vertrokken Tom, die daar zijn muzikale praktijk als trompettist poogt te ontwikkelen, samen met zijn tot avantgardistische componist uitgegroeide jeugdvriend. Hoewel die jeugdvriend hem zelf uitnodigde om naar Japan te komen, vindt Tom hem pas na een paar maanden aldaar, in een hotelkamer, afgetakeld door de alcohol, en met in de badkamer talloze dode vogeltjes die hij voor hun zang gebruikt heeft bij het componeren. Zo presenteert Oostijen een drieluik, en zoals wel vaker is het verband tussen de drie panelen niet eenduidig, terwijl de gelaagdheid van de roman -getuige de titel- zich juist schuilhoudt in de ruimte tussen de drie delen.

Pluim | 2020 | Nederlands | 172 pagina’s | € 21,99

 

Jean Giono – Heuvel

In 1927, na een autorit door het landschap van de Provence met zijn ʻwilde grootsheidʼ, schrijft Jean Giono in een brief aan zijn vriend, de schilder Lucien Jacques: ʻEr leeft een fantastische en pittoreske bevolking die iedere beshrijving tart. Toch denk ik dat ik er mijn volgende boek zal situeren.ʼ Dat boek werd Heuvel.

Het verhaal speelt zich af rond een gehucht dat bestaat uit vier huizen, waar dertien mensen wonen. De oude Janet begint op zijn sterfbed ineens te praten zonder dat er een einde aan komt. Janet heeft de waarheid gezien, hij weet van ʻde grote kracht van de dieren, de planten en de stenenʼ. ʻJij bent niet eens in staat naar een boom te kijken en iets anders te zien dan een boom,ʼ verwijt hij zijn schoonzoon. Er dreigt een aardbeving in het gebied, de fontein van het gehucht valt droog en een brand rukt op vanuit de heuvels, de natuur roert zich.

In korte zinnen die barsten van poëzie en beweging schetst Giono het rauwe leven van de mens die in gevecht is met de natuur, wetende dat hij niet kan winnen, maar ook niet kan opgeven. ʻHij wil het overheersende dier zijn; het dier dat doodt.ʼ De natuur heeft menselijke trekken (vuur dat kruipt en springt) en de mensen krijgen eigenschappen van dieren en van de elementen.

Heuvel is het eerste deel van de ʻPan-trilogieʼ, het is te hopen dat de andere twee delen ook vertaald en uitgegeven worden.

Vleugels | 2020 | Uit het Frans vertaald door Kiki Coumans | 160 paginaʼs | € 23,95

 

Dylan Thomas – Onder het Melkbos

Onder het Melkbos is een stuk voor stemmen. Deze tekst vertalen is een krachttoer, die na Hugo Claus niemand meer aan leek te willen gaan. Maar nu is er, ruim zestig jaar na Claus, de nieuwe vertaling van Erik Bindervoet. Samen met Robbert-Jan Henkes vertaalde Bindervoet al het werk van James Joyce, wiens Ulysses Thomasʼ inspiratiebron voor Under Milk Wood was.

We volgen de bewoners van Teerneeg (Llareggub) een etmaal lang, van nacht tot nacht. Bij de hand genomen door de Eerste stem en de Tweede stem gaan we van huis naar huis, van het Schoenerhuis van Kapitein Kat, die droomt over de mannen op zijn schip die zijn verdronken naar de slaapkamer van mevrouw Ogmore Pritchard, tweevoudig weduwe, die geflankeerd door beide overleden echtgenoten in bed ligt. Een mooie lentedag is het. De mensen lopen door de straten, ontmoeten elkaar, ontlopen elkaar, praten, dromen, verwensen.

‘EERSTE STEM
Er klinkt het geklikklak van paarden op de door de zon gehoningde kasseien van de gonzende
straten, geklop van paardenhoeven, geklok, gekwek en gekakel, mezengetjilp vanaf de vogelzwarte takken, gebalk op het Ezelsduin.’

In het nawoord dat Bindervoet schreef, lezen we dat het jaren duurde voordat Thomas zijn Under Milk Wood had voltooid. En ook dat het maar de vraag is of het stuk ooit echt voltooid is of dat de tekst zoals wij die kennen de laatste maar wellicht niet de definitieve versie is.

Na het nawoord volgen nog achtentwintig pagina’s toelichting, waarin de lezer een inkijkje krijgt in de keuzes en overwegingen van Bindervoet tijdens het vertalen. En passant geeft hij hier en daar Claus er flink van langs.

Athenaeum – Polak & Van Gennep | 2020 | Uit het Engels vertaald door Erik Bindervoet | 160 paginaʼs | € 19,99

 

Hanna Krall – Hartenheer

Hartenheer van Hanna Krall, ‘de moeder van de Poolse literaire reportage’,  is te beschouwen als de inlossing van een belofte. In de reportage ‘Een boek voor Hollywood’, die Krall eind jaren ’80 publiceerde, staat de hoofdpersoon Izola R. centraal, die wil dat Krall haar levensverhaal optekent. Het contact tussen Krall en Izolda verloopt moeizaam, en als Krall haar het manuscript voorlegt is Izolda niet erg tevreden: het boek is te dun, niet heldhaftig genoeg, niet groots genoeg. In 2006 publiceerde Krall Hartenheer, waarin alsnog het levensverhaal van diezelfde Izolda wordt verteld, wiens leven geheel in het teken stond van het redden van haar man uit Auschwitz, en later Mauthausen. Om haar man te redden ontsnapt ze uit het getto van Warschau, belandt ze zelf in meerdere kampen, en uiteindelijk vindt ze na de oorlog haar man in Mauthausen. Vanwege de antisemitische atmosfeer in het naoorlogse Polen vertrekken Izolda en haar man na de oorlog min of meer gedwongen naar Wenen, waar de man Izolda verlaat en Izolda in Israël terecht komt. Het is een onwaarschijnlijk verhaal, dat desalniettemin op waarheid gebaseerd is, zoals de achterkant van het boek ons verzekert. Qua genre valt het boek tussen twee stoelen in, zoals dat in de Poolse traditie van de literaire reportage vaak het geval is: het betreft een gefictionaliseerd relaas, dat op ware feiten berust, en is opgetekend in een vorm die het midden houdt tussen roman en reportage, in de voor Krall zo kenmerkende zakelijke stijl.

De Geus | 2019 | Uit het Pools vertaald door Karol Lesman | Nederlands | 169 pagina’s | € 18,50

 

Éric Chevillard – Monotobio

Sinds zijn debuut uit 1987 publiceert Éric Chevillard zijn boeken bij Les Éditions de Minuit. Vanaf 2007 kwamen er van hem meerdere autobiografische boeken uit onder de titel L’Autofictif, aangevuld met wisselende ondertitels, die blognotities in onbewerkte vorm bevatten. ‘De hier gepubliceerde, niet bewerkte pagina’s (…) kunnen worden gelezen als een nerveuze of geïrriteerde kroniek van een leven in de specifieke spanning van alledag,’ zei hij eens over de onderneming. Recent is Monotobio, ‘Mijn autobio’, verschenen, en alleen al door de titel is dat boek te lezen als een voortzetting van de ontwikkeling in Chevillards oeuvre waarin hij het snijvlak van de fictie, de autofictie, en de autobiografie opzoekt. In het boek toont Chevillard een vormbewuste omgang met de thematiek van het autobiografische, en werpt vragen op over de (on)mogelijkheid van elke onderneming daartoe. Kan een leven in zijn totaliteit gevat worden in het schrijven? Moet het door hem kapot getrapte pingpongballetje vermeld worden? Met andere woorden, doet elk detail ertoe? Mag de autobiograaf dingen verzwijgen? Deze en andere vragen komen in dit zelfbewuste boek terug, en gezien de weg die Chevillard is ingeslagen allicht ook in vele boeken die nog gaan volgen.

Les Éditions de Minuit | 2020 | Frans | 176 pagina’s | € 17,-

 

Text + Kritik 226: Ulrich Peltzer

Het openingssalvo van het aan Ulrich Peltzer gewijde nummer van Text + Kritik komt van Kathrin Röggla: ‘Klopt het dat jij een roman ongelezen laat als je niet weet hoe de hoofdpersoon zijn geld verdient?’ Verfrissende vraag. Peltzers proza is in Nederland weinig opgemerkt, al liet Antoine Verbij zich enthousiast uit over het fraai gelaagde portret van Berlijn dat in Teil der Lösung (2007) wordt neergezet. Behalve een reeks essays over voor Peltzer belangrijke thema’s (wat voor schrijven de globalisering vergt, welke utopische sporen navolgbaar zijn, of kunstwerken zich nog lenen voor een literaire ervaring) bevat het nummer ook het begin van Peltzers nieuwe roman-in-wording, gevolgd door een verhelderend gesprek hierover met Joseph Vogl. Deze roman, die teruggrijpt op het einde van de jaren zeventig, probeert te vangen wat toen de toekomst was, niet in de laatste plaats zoals die werd geproduceerd door de ‘toekomstmachine’ die L’Anti-Oedipe voor deze generatie was. Herinnering als verzet? Het is een hooguit melancholische maar zeker geen sentimentele of nostalgische roman (en al helemaal geen autobiografie) benadrukt Peltzer, waarin de van mogelijkheidszin tintelende resonantieruimte van toen wordt opgetrokken door een verteller in het heden die ieder afscheid aan ziet komen. Voices voices mesmerize.

edition text + kritik | 2020 | 99 pagina’s | Duits | € 26,99

 

Thien Tran – Gedichte

Thien Tran werd geboren in Ho Chi Minhstad maar groeide op in Duitsland. In 2010 overleed hij op 31-jarige leeftijd. Bijna tien jaar later is er een mooie keuze uit zijn werk verschenen, gedichten die deels eerder alleen in tijdschriften, op internet of in bloemlezingen zijn verschenen. Het is werk met een complexe, soms diep emotionele kant, soms quasi-anekdotisch, altijd slim en zonder enige geaffecteerdheid. Het is werk van een dichter die een heel grote was geworden als hij wat langer had mogen blijven schrijven. Een fragment uit het gedicht ‘MATINEE SYMBOLISME‘:

für die Justierung dieses Bildes
brauchten wir den ganzen Vormittag. die Kontraste kamen
aus der Kälte. und von dort aus setzten sie
den Schnee in Flammen. ganz Auge war die Oberfläche
eine Haut. und die Haut ein Mund
der zufrieden schwieg. ansonsten nur Ahorn
Rhododendronbüsche undsofort.

Opnames van zijn gedichten kunnen worden beluisterd op Lyrikline. De bundel werd samengesteld door Ron Winkler en is een van de Duitse ‘Lyrikempfehlungen’ 2020.

Elif Verlag | 2019 | 140 pagina’s | Duits | € 20,-

 

Mónica de la Torre – Repetition Nineteen

Hoe is het om poëzie te lezen in een andere taal dan je moedertaal? Soms lijkt het er bijna op dat je de gedichten eerst voor jezelf in het Nederlands moet vertalen, en die omzetting kost enorm veel moeite. Het lezen van poëzie betekent op zich al een aanzienlijke beweging naar het gedicht toe, en door die extra laag en de nog grotere afstand wordt het bijna onmogelijk om bij de kern van het geschrevene te komen, hetzij omdat je nooit alles kunt begrijpen in een vreemde taal (disclaimer tussen haakjes: dat kun je in je eigen taal ook niet per se), hetzij omdat je emotionele snaren het beste geraakt worden door je eigen moedertaal. Die vervreemding roept Mónica de la Torre in haar net verschenen dichtbundel Repetition Nineteen op door haar moedertaal, het Spaans, en haar nieuwe taal, het Engels, tegen elkaar uit te spelen, ze te verroeren, ze in elkaar te kneden. Raar genoeg worden die opeenstapelingen soms juist helder als een vergelijking analytisch-absurdistisch wordt.

ay, pronounced I, interjection used to express a range of mood shifts,
and more commonly affliction
or pain

[…]

I, pronunciado ay, primera persona singular en inglés

De la Torre zet proza, brieven en gedichten naast elkaar, of vertalingen naast iets dat ooit het origineel was maar inmiddels een persiflage lijkt van een tweede, vijfde of tachtigste versie van een vertaling. De bundel bevat bijvoorbeeld brieven aan Jack Spicer naar aanleiding van zijn After Lorca (1957) waarin hij vertalingen van gedichten van Federico García Lorca naast zijn eigen gedichten plaatste, zonder auteursvermelding. Lorca zelf schreef er een inleiding bij – 21 jaar na zijn dood –, en er werd een briefwisseling gepresenteerd tussen Spicer en Lorca. Verder staan er vijfentwintig onbetrouwbare vertalingen in van een gedicht uit de eerste dichtbundel van De la Torre die toen in het Spaans werd gepubliceerd. Aanleiding was dat ze zich realiseerde dat ze al even lang in New York woonde als ze in haar geboortestad Mexico City had gewoond. Rosmarie Waldrop schreef hierover: ‘This is the carnival of (mis)translation. Mark the clues 1-5 and merrily go round and round a Spanish poem that is not there. You don’t care. You’re having too much fun.’ De vertalingen worden compleet met vertaalsleutel geleverd (bijvoorbeeld vertaling 10: Translation into as many idiomatic expressions as the original poem allowed’). Het vertalen als code-switching heeft wat weg van de Stijloefeningen van Queneau. Of: A translation is moving every point of a shape the same distance in the same direction.’ – Het vertalen als verplaatsing. De la Torre vertaalt niet alleen zichzelf uit het Spaans maar onder andere ook de Chileense avantgardist Omar Cáceres, wat aansluit bij de bescheiden mededeling uit de dichtregel ‘I understand / the dilemma of playing protagonist prefer a supporting role’. Via het Engels en het Spaans verkent De la Torre de relatie tussen alle talen, hun vertaalbaarheid en het tolkvermogen van kunstmatige intelligenties zoals de spraakherkenner in Siri.

Nightboat Books | maart 2020 | 224 pagina’s | Engels | $ 18,95

Over de auteur:

Terras staat onder redactie van Tommy van Avermaete, Anna Eble, Fyke Goorden en Renée van Marissing. Vormgeving: Herman van Bostelen