thema:

Over dromen en dichtregels

Vertaling:

volgende nacht droomde de man over een meisje dat droomde dat hij over een dichtregel droomde die hij nooit eerder gelezen had3. Het meisje droomde die dag niet, want ze had last van slapeloosheid en bleef de hele nacht wakker4. De man droomde nooit opnieuw over de

man niet kan dromen over dichtregels die hij niet kent; als het mogelijk is om over een dichtregel te dromen, is het tenslotte ook gewoon mogelijk dat die dichtregel al geschreven is, en zelfs dat iemand hem jaren later zal neerschrijven. Op dat punt in haar overpeinzingen aangekomen, kwam Paulette tevens bij haar school aan, en de in het oneindige starende ogen van Jean-Baptiste zorgden dat ook zij zich verloor in meer aardse gedachten.
3  Die droom liet hem verward achter. En hoewel hij er niet helemaal zeker van was of hij ooit gedroomd had over iemand die droomde (in werkelijkheid meende hij zich te herinneren dat hij zich in zijn jeugd verschillende avonden achter elkaar voorgenomen had om te dromen dat hij aan het dromen was), waar hij wel helemaal zeker van was dat hij nooit gedroomd had dat iemand droomde dat hij droomde wat hij in het echt een nacht eerder gedroomd had. Hij werd met een stekende hoofdpijn wakker en besloot de universiteit te bellen om door te geven dat hij die dag niet zou komen werken.
4  Niettemin maakte ze gebruik van de situatie om deze woorden in haar dagboek te schrijven: ‘Vandaag heb ik twee dingen aan de juffrouw gevraagd: hoeveel mensen er op deze aarde leven en hoeveel dromen je tijdens een nacht kunt hebben. Ze keek me wantrouwend aan, met die manier van kijken die ze altijd heeft wanneer we haar moeilijke vragen stellen. Ze zei me dat er zes miljard mensen op deze aardbol leven; mannen, vrouwen en kinderen (‘waarvan meer dan een zesde deel Chinezen,’ zei ze terwijl ze de wijsvinger van haar linkerhand in de lucht stak, want de juffrouw is links, hoewel dat niet slechter is dan rechts, uiteraard). Maar de vraag over die dromen wist ze me niet te beantwoorden, zodat toen ik weer thuis was ik het aan mijn moeder heb gevraagd en die zei me heel zelfverzekerd (want ze had het gelezen in een boek van weet ik veel welke Duitse schrijver) dat je in één nacht wel honderd dromen kunt hebben, maar dat we ons later nog geen tiende deel ervan weten te herinneren. Ik heb de berekeningen gemaakt en ben tot de conclusie gekomen dat als elke nacht iedere persoon tien dromen heeft, er op deze wereld gedurende één nacht zeshonderdmiljard dromen gedroomd worden, en als je dat vermenigvuldigd met de driehonderdvijfenzestig dagen die een jaar telt, zonder de schrikkeljaren mee te rekenen, het op een totaal van twee biljoen

Over de auteur:

Pablo Martín Sánchez (Reus, 1977) is een Spaanse schrijver. Hij studeerde Drama, Literatuur, Vergelijkende literatuur en Franse taal en letterkunde. Hij vertaalde werk van onder meer Alfred Jarry, Marcel Schwob, Raymond Queneau, Bernard-Marie Koltés en Wajdi Mouawad.

Over de vertaler:

Luc de Rooy is schrijver, vertaler en uitgever van Uitgeverij Karaat. Hij vertaald uit het Spaans en uit het Engels.