Een duratieve kleur
Blauw, of bleu, is de kleur van verlegenheid, het soort vaag, verdrongen verdriet dat we met heimwee, sehnsucht associëren. Het is de kleur van de romantiek en dichters, de blaue Blume van Novalis, Keats’ sonnet dat met een ‘Blue!’ uitroepteken begint en de ‘blauwe oneindigheid’ van Willem Kloos en Jacques Perk. Toch is blauw vooral de kleur van oneindig veel meer.
De film Blue is Derek Jarmans meditatie op zijn eigen leven en deze oneindige kleur, een monoloog van hemzelf en enkele andere acteurs, met dwarsverbanden, verbindingen en verwijzingen naar talloze blauwe werelden. Het pure blauw van Yves Klein, Ludwig Wittgensteins opmerkingen over de kleuren, de muzikale blues, de lucht, de zee, (on)eindigheid, maar ook de oogdruppels waardoor de aan Blue, werkende, aan aids stervende, steeds sneller blind wordende Jarman nog slechts één kleur waar kon nemen: blauw.
Blue bestaat uit een zeventig minuten lang onveranderlijk blauw vlak alleen gemarkeerd, aan het begin en aan het einde, door een zwarte achtergrond met blauwe voor- en aftiteling (afb. 1-3): hetzelfde blauw-op-zwart waarmee canonieke films als Le mépris (1963) en Weekend (1967) geëindigd waren (afb. 4a-4b en 5). Hetzelfde wit-op-blauw waarmee Sebastiane besluit, net nadat we de Heilige Sebastiaan gekruisigd, met pijlwonden door het lijf op een heuvel hebben zien staan, tegen een lichter blauwe hemel afgetekend (afb. 6-8).
Het is ook, en dit is waar er iets gebeurt, hetzelfde rimpelloze blauw waarmee Sebastiane en dus Jarmans oeuvre begint (afb. 9).
Vleugels waarmee niemand vliegen kan
Is dit blauwe begin-einde van Sebastiane —de filmtitel is naar de vorm een vocativus, de aanvoegende of aanroepende wijs van het Latijnse Sebastianus— nog een onduidelijke schreeuw en misschien vooral een technische conventie, de fragmentarische blauwe hemel aan het einde van Sebastiane heeft ook zonder de intertekstuele verwijzing binnen het oeuvre van Jarman al een relatie met het monochroom van Blue. Het is het gevolg van de manier waarop Jarman in zijn films de motieven van het vliegen, de engel en het blauw telkens herneemt. Aan het slot van Wittgenstein bijvoorbeeld zweeft de jonge Wittgenstein met een stel aangeplakte vleugels, maar in feite door ballonnen omhooggehouden, langs een paarse lucht de film en het leven uit. Enkele seconden later ligt de de oudere, stervende Wittgenstein op zijn bed terwijl het licht van donkerblauw naar zwart vertrekt (afb. 10-11). In de slotscènes van Sebastiane en Wittgenstein wordt blauw zo de kleur van de dood, het afscheid en de eindigheid.



