Eros en erosie — over (leef)tijd, kleur en film

Anachronismen, jeugd en ouderdom

afb 18 Le mépris (Contempt), Jean-Luc Godard (FR IT 1963), 00:00:15

afb 18 Le mépris (Contempt), Jean-Luc Godard (FR IT 1963), 00:00:15

afb 19 Le mépris (Contempt), Jean-Luc Godard (FR IT 1963), 01:36:56

afb 19 Le mépris (Contempt), Jean-Luc Godard (FR IT 1963), 01:36:56

afb 20 Pierrot le fou (Crazy Pete), Jean-Luc Godard (FR IT 1965), -C'est la mer, allée… -Avec le soleil.

afb 20 Pierrot le fou (Crazy Pete), Jean-Luc Godard (FR IT 1965), -C’est la mer, allée… -Avec le soleil.

afb 21a Total Eclipse, Agnieszka Holland (UK FR BE 1995), 01:47:12, -I found it: -What? –Eternity. It's the sun mingled with the sea.

afb 21a Total Eclipse, Agnieszka Holland (UK FR BE 1995), 01:47:12, -I found it: -What? –Eternity. It’s the sun mingled with the sea.

afb 21b Total Eclipse, Agnieszka Holland (UK FR BE 1995), 01:47:38

afb 21b Total Eclipse, Agnieszka Holland (UK FR BE 1995), 01:47:38

Je zou kunnen zeggen dat in Caravaggio en Wittgenstein de horizon, het perspectief steeds aan het verschuiven is, zowel in de tijd als wat betreft de personages. In Sebastiane doet zich die verschuiving en verwarring ogenschijnlijk niet voor omdat in tegenstelling tot Caravaggio en Witgenstein de hoofdrol er niet over meerdere acteurs wordt verdeeld en Sebastiane alleen de laatste periode uit het leven van Sebastiane/Sebastianus beschrijft. De soldaten die met een frisbee spelen[viii], het vreemde, Italiaans klinkende Latijn dat in de film gesproken wordt zijn daarentegen opnieuw infiltranten-uit-het-nu die, met opzet, de historiciteit van de film compliceren.

Als een van de medesoldaten van Sebastiane zich er in het badhuis over beklaagt dat de tijden zijn veranderd, gebeurt er opnieuw iets vreemds. “Toen ik jong was,” zegt hij, “waren er nog echte orgies.”[ix] Die woorden zijn natuurlijk een omkering van de eeuwenoude uitdrukking dat alles vroeger altijd beter was, maar ook een ontkenning van de werkelijke situatie. De soldaat maakt van de jeugd iets dat zich voortdurend in het verleden bevindt en altijd al onherroepelijk voorbij is. Het effect van de uitspraak is omgekeerd evenredig aan wat er gebeurt in televisieseries en tienerfilms waarin  jongens en meisjes van zeventien gespeeld worden door acteurs van 28. Het is een conventie, en een misstap misschien, die ook Hitchcock al in de stomme film Downhill (1927) beging toen hij de rollen van de ‘jongens’ Roddy en Tim door de veel te oude acteurs Ivor Novello en Robin Irvine liet spelen, maar die door Godard van een voortreffelijk tegenantwoord is voorzien. Zoals een van Godards personages zich in Éloge de l’amour (2001) afvraagt wat een volwasse nou eigenlijk, precies is: “Un adulte, c’est quoi pour vous exactement?”[x] En uiteindelijk de stelling, in Forever Mozart (2004), dat zoiets als een volwassene helemaal niet bestaat, achterhaald is. “Et puis, le fond de tout, c’est qu’il n’y a pas de grands personnes.”[xi]

Het is de paradox van het benoemen en afbakenen dat aan de ene kant helderheid verschaft, maar tegelijk afstand en verscheurdheid aanwezig maakt. Een verwarring die die vraag oproept wat jeugd is, waar deze eindigt, waar ze begint? Of je je van je jeugd niet pas bewust kunt worden als die is afgelopen, en of een begin niet pas tegen het einde herkenbaar is. Zit de kleine Ludwig in Wittgenstein in een te grote stoel of een te klein lichaam omdat hij niet meer jong is?
Ook in Blue wordt het thema van de jeugd kort aangeraakt, in de zin waar “[i]mpatient youths of the sun, burning with many colours flick combs through hair in bathroom mirrors fucking with fusion and fashion.”[xii] Hun ongedurigheid, het branden waarmee ze beschreven worden —als het branden van de zon waarvoor in Caravaggio zelfs de tijd niet stoppen wil[xiii]— impliceert naast verlangen ook iets van uitgeblustheid, zinloze verwachting: een gevoel van wanorde dat veel weg heeft van de verslagenheid na de studentenopstanden van ’68, zoals die in Jean Eustaches La maman et la putain (1971) door het personage Alexandre beschreven wordt. “Herinner je het je? Ze zeiden dat we er mooi vantussen waren gekomen. Dat we het geluk van een jeugd hadden gehad en dat ze niet zeker wisten of onze kinderen er eentje zouden krijgen, dans une nouvelle monde où on est vieillard a dix-sept ans.”[xiv] “In een nieuwe wereld waar je met zeventien al een bejaarde bent,” waar het onderscheid tussen oud en jong iets is dat allang niet meer meer bestaat. Eustaches La maman et la putain is dan ook een film waarin autobiografie, acteren en ‘jezelf spelen’ in elkaar overlopen, een verhaal zonder Latijnse dialogen dat zich afspeelt in het nu van 1971, maar opgenomen in een ouderwets maar tegelijk tijdloos zwart-wit.

In ‘Eros en erosie’ onderzoekt Robin Waart op associatieve wijze —voornamelijk aan de hand van het werk van Derek Jarman en Jean-Luc Godard— hoe in film ervaringen van begin en einde en (leef)tijd, ouderdom en jeugd met de kleur blauw samenhangen. Verdere trefwoorden: opkomst, verval, lucht, zee, liefde, oneindigheid.

Robin Waart is beeldend kunstenaar. Hij studeerde klassieke talen in Amsterdam en behaalde zijn bachelor- en masterdiploma aan de Gerrit Rietveld Academie en Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten/KABK in Den Haag. Recente tentoonstellingen: same/difference, standard/deluxe, Lausanne (met Mitchell Thar); 101112, Frankendael Foundation, Amsterdam; (almost) all my little polaroids, Galerie Johan Deumens, Leipzig (DE); Photography and Ruin, NYPL, New York; “Content, Happiness, Literally”, Galerie Diana Stigter, Amsterdam

www.robinwaart.com

Lees meer over dit project: De kunst van het machine lezen: auteurs en kunstenaars reageren op een essay uit 1978