Projecten

Inleiding

Negde

Winter

Marie-Hélène Lafon Rokus Hofstede Tijdschrift Terras

Elders

China

Seraing

De steenkoolmaatschappij

De toneelbezetting bestaat uit slechts twee acteurs: Moreno, mijnwerker, Loegovoj, mijnwerker. Behalve de stemmen van deze twee spelers zijn er nog de stemmen van twee personages die niet op het toneel staan: Kamtsjatkin, ingenieur, coördinator van de reddingsteams, Bandzo Grimm, lama.

Op de scène heerst een diepe duisternis zonder schakeringen. We zijn in een mijngang, negenhonderd meter onder de grond. Er is een ramp gebeurd. De twee overlevenden, Moreno en Loegovoj, zijn ongedeerd. Hun toevluchtsoord is een smalle ruimte, een intact gebleven verbindingsgang waar neergestorte steen en kool de uitwegen versperren. Elders in de mijn is de catastrofe niet te overzien. Ondergelopen galerijen, verdiepingen die in brand staan, onbruikbare schachten – de nis waar Moreno en Loegovoj zitten te wachten is in feite een graf dat nog lange tijd buiten het bereik van redders zal blijven. In de donkere ruimte doen zich nu en dan minieme verzakkingen voor. Er zijn over elkaar schuivende, rollende stenen te horen. Ergens in de buurt van de twee mannen sijpelt water. De geluiden worden door de omringende stilte versterkt. De twee kompels hebben een werklantaarn bij zich. Ze springen er zuinig mee om. Ze blijven zonder veel te zeggen in het duister zitten. Ze hoesten, schrapen hun keel. Ze weten hoe klein de kans is dat ze hier nog uit komen. Een van de redenen waarom ze hun lamp niet zo vaak aansteken is ook dat hun schaduw in het schijnsel luguber oogt. ‘Het is beter om in het donker te blijven,’ zegt Loegovoj. ‘In het licht vind ik ons iets weg hebben van doden. Net twee doden die in de diepten van een crypte zijn ontwaakt. Daar baal … lees meer

Thuis

Simon